Het Adviescollege Veiligheid Groningen (ACVG) heeft onderzocht hoe betrouwbaar de beoordelingsrapporten van woningen binnen de versterkingsoperatie in Groningen zijn en hoe bewoners deze beoordelen. In het adviesrapport ‘Beoordeeld, maar vertrouwen onder druk’ geeft het ACVG aan dat er in zes specifieke situaties twijfel is over de rapporten en dat een deel van de rapporten hierop gecontroleerd moet worden. In de overige situaties is het veiligheidsoordeel volgens het ACVG betrouwbaar. Daarnaast concludeert het ACVG dat het vertrouwen van bewoners in het veiligheidsoordeel onder druk staat.

Het advies is opgesteld op verzoek van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) naar aanleiding van aanhoudende zorgen van bewoners, belangenorganisaties, gemeenten en deskundigen over de kwaliteit van beoordelingsrapporten.

Deze rapporten vormen de basis voor het besluit of een woning moet worden versterkt tegen aardbevingen als gevolg van de gaswinning. De Nationaal Coördinator Groningen (NCG) heeft de opdracht om ongeveer 28.000 adressen te beoordelen; vrijwel alle beoordelingen zijn inmiddels afgerond.

Onderzoek naar honderden dossiers

Voor het advies onderzocht het ACVG ruim 250 versterkingsdossiers, meer dan 300 beslissingen op bezwaarschriften en bezocht het ruim 40 woningen. Daarnaast sprak het college met bewoners en andere betrokken partijen.

Het onderzoek richtte zich op twee vragen:

  1. Is het oordeel 'op norm' of 'niet op norm' in de beoordelingsrapporten betrouwbaar?
  2. Wat beïnvloedt het vertrouwen van bewoners in het veiligheidsoordeel?

De betrouwbaarheid van het veiligheidsoordeel

Het ACVG concludeert dat veel beoordelingen zijn gebaseerd op uitgebreide technische analyses. De NCG en betrokken ingenieursbureaus hebben daarmee aangetoond in staat te zijn tot het uitvoeren van goede beoordelingen. Toch is het oordeel ‘op norm’ of ‘niet op norm’ in sommige situaties onvoldoende betrouwbaar. Dit betekent niet automatisch dat deze oordelen onjuist zijn of dat er gevolgen zijn voor versterkingsmaatregelen, maar wel dat gerichte controles nodig zijn om eventuele twijfel weg te nemen.

Het ACVG wijst zes specifieke situaties waarin gerichte controles noodzakelijk zijn. Het gaat onder meer om woningen met onvolledige dossiers, woningen waarbij mogelijk constructieve elementen verkeerd zijn verwerkt in berekeningen en woningen waarbij ernstige schade (scheurvorming, scheefstand of uitbuiging van muren) mogelijk onvoldoende in de beoordeling is meegenomen. Naar verwachting kan dit bij 1% tot 1,5% van de beoordelingen in deze situaties tot een ander veiligheidsoordeel leiden. Ook noemt het ACVG situaties waarin binnen complexe berekeningen aannames zijn gedaan die onvoldoende zijn gecontroleerd. De controles moeten plaatsvinden bij zowel afgeronde als lopende beoordelingen.

Omdat het voor bewoners lastig te bepalen is of hun woning onder een van de beschreven situaties valt, benadrukt het ACVG het belang van duidelijke communicatie. Bewoners moeten bij vragen terecht kunnen bij de NCG. Ook is helderheid nodig over de geplande acties en wanneer de uitkomsten daarvan verwacht worden.

Voor de overige situaties acht het ACVG de kans bijzonder klein dat onvolkomenheden invloed hebben gehad op het veiligheidsoordeel. Het ACVG is daarom van mening dat deze beoordelingen voldoende betrouwbaar zijn. Hoewel bewoners terecht opmerken dat er soms fouten of onvolkomenheden in de dossiers voorkomen – zoals afwijkende afmetingen, materialen of verkeerd vermelde gebouwonderdelen – geven deze het ACVG geen reden tot twijfel over de juistheid van het veiligheidsoordeel over de woning. Wel tasten dit soort onvolkomenheden het vertrouwen van bewoners aan.

Het ACVG adviseert daarom bewoners actief te betrekken bij het beoordelingsproces. Daarnaast pleit het college voor meer standaardisatie, betere dossiervorming en een systematische aanpak om van eerdere beoordelingen te leren. Dit bevordert de kwaliteit, zorgvuldigheid en navolgbaarheid van besluiten.

Factoren die het vertrouwen beïnvloeden

Bij de tweede centrale vraag concludeert het ACVG dat het vertrouwen van bewoners in de veiligheidsoordelen onder druk staat. Op alle factoren, waaronder begrijpelijkheid, erkenning, zorgvuldigheid en communicatie, signaleert het college knelpunten.

Bewoners voelen zich vaak onvoldoende betrokken bij het opname- en beoordelingsproces. Zij ervaren dat hun eigen kennis of de bevindingen van contra-experts beperkt worden meegewogen, en missen begrijpelijke informatie over methoden en doorlooptijden en de totstandkoming van besluiten. Daardoor blijven vragen bestaan over bijvoorbeeld de rol van schade in de beoordeling, verschillen tussen vergelijkbare woningen of afwijkingen van eerdere verwachtingen. Deze onduidelijkheid, in combinatie met onzorgvuldigheden die bewoners in de beoordelingen signaleren, vermindert het vertrouwen in het veiligheidsoordeel.

Om een stap te zetten in het herstel van vertrouwen, adviseert het ACVG de motivering van besluiten te verbeteren, de dialoog met bewoners te versterken en de publieke informatie vanuit de NCG te verbeteren. Ook de aanbevelingen om de betrouwbaarheid van beoordelingen te vergroten dragen hieraan bij en versterken het gevoel van erkenning bij bewoners.

Zorgvuldige opvolging

Volgens het ACVG heeft de voortdurende bijsturing van de versterkingsoperatie en de druk op de snelheid van de uitvoering mede bijgedragen aan de huidige situatie. Het college adviseert de minister om de NCG de rust en ruimte te geven om de aanbevelingen zorgvuldig op te pakken en daarbij een balans te vinden tussen kwaliteit en snelheid. “Zorgvuldige en duurzame verbetering verdient de voorkeur boven snelle ad-hoc-oplossingen”, concludeert het ACVG.

De minister van BZK heeft het advies van het ACVG direct na ontvangst naar de Kamer gestuurd. In de begeleidende brief meldt de minister dat een inhoudelijke reactie later volgt. De NCG laat in een nieuwsbericht op haar website weten de conclusies zeer serieus te nemen en de aanbevelingen op te volgen.